Auto van de zaak thuis opladen: wat de werkgever onbelast mag vergoeden
Er bestaan in Nederland twee regelingen voor het opladen van een elektrische auto, en ze zijn elkaars tegenpool. Bij de één telt de kilowattuur en is meten voorwaarde. Bij de ander telt de kilometer en is meten juist zinloos — sterker nog, wie er dan alsnog per kWh bij vergoedt, betaalt loon uit.
Welke van de twee voor u geldt, hangt aan één vraag: van wie is de auto? Dit artikel zet ze naast elkaar, want de meeste samenvattingen op internet gooien ze door elkaar.
Eerst het misverstand uit de weg
U komt op meerdere sites de zin tegen dat de Belastingdienst voor 2026 „een vast forfait van € 0,23 per kWh“ hanteert. Dat bedrag bestaat niet. € 0,23 was tot en met 2025 de onbelaste vergoeding per kilometer; per 1 januari 2026 is dat € 0,25 per kilometer. Een landelijk vastgesteld bedrag per kilowattuur is er niet — niet voor 2026 en niet daarvoor. Wie met € 0,23 per kWh rekent, rekent met een getal dat nergens vandaan komt.
Twee regelingen, één beslissende vraag
| Auto van de zaak | Eigen auto | |
|---|---|---|
| Grondslag | kilowattuur | kilometer |
| Bedrag | werkelijke kosten per kWh | € 0,25 per km (2026) |
| Meten nodig? | Ja | Nee |
| Laadpaal thuis | apart te regelen | geacht inbegrepen |
Auto van de zaak: meten is voorwaarde
Rijdt u in een auto van de zaak en laadt u thuis, dan betaalt u de stroom eerst zelf — hij loopt over uw eigen energiecontract. Uw werkgever mag dat bedrag onbelast terugbetalen, en daar zijn twee wegen voor.
De eerste zijn de intermediaire kosten: u schiet voor wat eigenlijk een kostenpost van de werkgever is, en krijgt dat terug. Dan vormt de vergoeding geen loon, zolang zij niet hoger is dan wat u daadwerkelijk hebt uitgegeven.
De tweede is de integrale kostprijs per kilowattuur: de vaste en variabele kosten van uw aansluiting, gedeeld door het aantal kilowattuur dat u verbruikt. Dat is een persoonlijk getal — het verschilt per huishouden en per contract.
In de praktijk werkt een derde variant die de Belastingdienst aanvaardt: werkgever en werknemer spreken een vast tarief per kWh af, gebaseerd op een op dat moment gedocumenteerde marktprijs voor een jaarcontract, en zetten dat voor een jaar vast. Dat mag zelfs gelijk zijn voor alle werknemers, mits niemand daardoor meer ontvangt dan hij werkelijk kwijt is.
Wat alle drie gemeen hebben: er moet vaststaan hoeveel kilowattuur er in die auto is gegaan. De meterstand van het hele huis zegt dat niet, en de jaarafrekening van uw leverancier evenmin. Staat er een tweede auto op dezelfde laadpaal, dan zegt zelfs het paaltotaal het niet meer.
Eigen auto: precies andersom
Rijdt u in uw eigen elektrische auto voor het werk, dan geldt de onbelaste kilometervergoeding: € 0,25 per kilometer vanaf 1 januari 2026 (tot en met 2025 was dat € 0,23). Die vergoeding wordt geacht álle kosten te dekken — afschrijving, verzekering, onderhoud, de stroom, en ook de laadpaal bij u thuis.
Dat betekent iets onaangenaams voor wie het goed bedoelt: een extra vergoeding per kilowattuur bovenop de volledige kilometervergoeding is loon. Er wordt dan gewoon belasting over ingehouden. Onbelaste ruimte voor een kWh-vergoeding ontstaat alleen als uw werkgever mínder dan € 0,25 per kilometer betaalt — en dan hoogstens tot dat verschil.
Voor deze groep is meten dus geen fiscale noodzaak. Wie in de eigen auto rijdt en de volle kilometervergoeding krijgt, heeft aan een kilometeradministratie genoeg.
Let op de houdbaarheidsdatum. Het besluit waarin de € 0,25 per kilometer voor 2026 is vastgelegd (Stcrt. 2026, 18302, nr. 2026-8260 van 17 mei 2026) is tijdelijk en loopt tot en met 31 december 2026. Wettelijke verankering per 1 januari 2027 is aangekondigd. Rekent u met bedragen voor 2027, controleer ze dan opnieuw — ze staan nu nog niet vast.
Wat dit in de praktijk betekent
Rijdt u een auto van de zaak, dan is de vraag niet óf u recht hebt op vergoeding, maar of u kunt laten zien hoeveel stroom er in die auto ging. De meeste moderne laadpalen registreren dat allang, per laadsessie. Wat ontbreekt is de stap naar iets wat de salarisadministratie kan verwerken.
Dat is wat ChargeReport doet: u koppelt uw laadpaal één keer, daarna komt er maandelijks een overzicht met elke sessie — datum, tijd, kilowattuur — en de totalen. Welke merken zonder extra hardware werken, staat op de merkpagina’s.
Bronnen:art. 10 en art. 31a Wet op de loonbelasting 1964; standpunten van de Kennisgroep loonheffingen algemeen KG:204:2024:13 („Vergoeding laadkosten auto van de zaak“) en KG:204:2024:14 („Opladen auto van de zaak“); KG:204:2026:16 (gepubliceerd 3 augustus 2026); Besluit Stcrt. 2026, 18302, nr. 2026-8260 van 17 mei 2026 (geldig tot en met 31-12-2026). Stand: 15 augustus 2026.
Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal advies. Het gaat niet in op afspraken die u persoonlijk met uw werkgever hebt gemaakt.