NLFiscaal16 augustus 2026

Bijtelling 2026 en thuisladen: twee rekeningen die vaak door elkaar lopen

Wie een elektrische auto van de zaak rijdt, krijgt met twee bedragen te maken. Het ene staat op uw loonstrook en heet bijtelling. Het andere staat op uw energierekening en heet stroom. Ze hebben minder met elkaar te maken dan de meeste samenvattingen suggereren.

Dit artikel zet ze uit elkaar: wat u in 2026 aan bijtelling betaalt, en waarom dat niets afdoet aan wat uw werkgever u voor de thuisgeladen kilowatturen mag terugbetalen.

De bijtelling in 2026: 18% tot € 30.000, daarboven 22%

In 2026 kent de bijtelling twee tarieven: 18% en 22%. Voor een nulemissie-auto — een volledig elektrische auto dus — geldt het lage tarief van 18% niet over de hele cataloguswaarde, maar tot en met € 30.000. Over het deel daarboven rekent u met 22%.

Twee soorten auto’s houden het lage tarief zonder die grens: auto’s op waterstof en auto’s die volledig worden aangedreven door geïntegreerde zonnecellen.

AutoTarief 2026Grens
Volledig elektrisch18% / 22%18% tot en met € 30.000 cataloguswaarde
Waterstof18%geen grens
Geïntegreerde zonnecellen18%geen grens
Overige auto’s22%

Het percentage dat bij uw auto hoort, ligt daarna een tijd vast: 60 maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van eerste toelating. Loopt die periode af, dan wordt het percentage opnieuw vastgesteld volgens de regels die op dat moment gelden. Voor auto’s die in 2021 voor het eerst werden toegelaten, gebeurt dat in de loop van 2026 — in dat jaar rekent u dan met twee percentages achter elkaar.

En dan de stroom — een heel andere rekening

Hier gaat het in gesprekken vaak mis. De redenering luidt: „Ik betaal al bijtelling, dus de stroom zit erin.“ Dat klopt niet, en het kost geld.

De bijtelling belast het voordeel dat u de auto ook privé mag gebruiken. Zij wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto — niet over wat u rijdt, en niet over wat u laadt. De stroom die u thuis in die auto stopt, is iets anders: dat is een uitgave die u uit eigen zak voorschiet voor een auto die niet van u is. Uw energieleverancier stuurt de rekening immers naar u, niet naar uw werkgever.

Daarom staan de twee los van elkaar. Bijtelling betalen betekent niet dat u geen recht meer hebt op vergoeding van die stroom. En omgekeerd: een vergoeding voor thuisladen verhoogt uw bijtelling niet, want die wordt nu eenmaal over de cataloguswaarde berekend.

Eén ding gaat wél mis

Krijgt u méér vergoed dan u werkelijk aan stroom kwijt was, dan is dat meerdere gewoon loon — daar wordt loonheffing over ingehouden. Dat is precies de reden waarom de Belastingdienst geen genoegen neemt met een landelijk gemiddelde: wie in maart een driejarig contract sloot en wie vorige maand overstapte, betalen niet hetzelfde per kilowattuur.

Wat de werkgever wél mag vergoeden

Bij een auto van de zaak zijn er twee erkende wegen. De eerste zijn de intermediaire kosten: u schiet voor wat eigenlijk een kostenpost van de werkgever is, en krijgt dat terug. De tweede is de integrale kostprijs per kilowattuur — de vaste én variabele kosten van uw aansluiting, gedeeld door het aantal kilowattuur dat u verbruikt.

In de praktijk wordt daarnaast een derde route aanvaard: werkgever en werknemer spreken een vast tarief per kWh af, gebaseerd op een op dat moment gedocumenteerde marktprijs voor een jaarcontract. De Kennisgroep noemt in haar voorbeeld een afspraak van 1 september 2024 van € 0,26 per kWh voor de duur van een jaar, en merkt die aan als zakelijk omdat het bedrag binnen de bandbreedte van de op dat moment aangeboden prijzen bleef.

Alle drie de wegen hebben dezelfde voorwaarde, en die is technisch, niet fiscaal: er moet vaststaan hoeveel kilowattuur er in díé auto is gegaan. De meterstand van het hele huis zegt dat niet. Staat er een tweede auto aan dezelfde laadpaal, dan zegt zelfs het paaltotaal het niet meer. Hoe u die scheiding maakt, staat in het artikel over thuisladen bij een auto van de zaak.

Rijdt u in uw eigen auto? Dan geldt het omgekeerde

Voor de volledigheid, want deze twee groepen worden vaak in één adem genoemd: rijdt u zakelijk in uw eigen elektrische auto, dan is er geen bijtelling — en geldt de onbelaste kilometervergoeding van € 0,25 per kilometer (2026). Die vergoeding wordt geacht álle kosten te dekken, inclusief de stroom en de laadpaal thuis. Een extra vergoeding per kilowattuur bovenop het volledige bedrag is dan loon.

Wat dit praktisch betekent

De bijtelling regelt uw werkgever; daar hoeft u niets voor te doen. De laadkosten liggen bij u: u betaalt ze voor, en u moet kunnen laten zien hoeveel stroom er in de auto ging. De meeste moderne laadpalen registreren dat allang per sessie — wat ontbreekt is de stap naar een overzicht dat de salarisadministratie kan verwerken.

Dat is wat ChargeReport doet: u koppelt uw laadpaal één keer, daarna komt er maandelijks een overzicht met elke sessie — datum, tijd, kilowattuur — en de totalen. Welke merken zonder extra hardware werken, staat op de merkpagina’s. Werkgevers met meerdere bestuurders vinden de opzet op de pagina over wagenparkbeheer.

Bronnen:Belastingdienst, „Bijtelling privégebruik auto 2026“ (tarieven 18% en 22%, grens van € 30.000 cataloguswaarde voor nulemissie-auto’s, uitzondering voor waterstof en geïntegreerde zonnecellen, 60-maandsperiode); standpunten van de Kennisgroep loonheffingen algemeen KG:204:2024:13 („Vergoeding laadkosten auto van de zaak“, integrale kostprijs per kWh en het voorbeeld van € 0,26) en KG:204:2024:14 („Opladen auto van de zaak“, intermediaire kosten); art. 13bis Wet op de loonbelasting 1964 voor de bijtelling. Stand: 16 augustus 2026.

Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal advies. Over de hoogte van de cataloguswaardegrens ná 2026 doet dit artikel bewust geen uitspraak: daarover bestaan aankondigingen, maar geen vastgesteld bedrag.